Nu
de theorie nog, Joël Atse! door
Eric van Dusseldorp De
grote vraag was, wat Joël Atse, Afrikaans kampioen en de revelatie van
het WK te Ufa, zou gaan doen bij het Wageningse Worldcuptoernooi. Welaan,
de dammer uit Ivoorkust maakte zijn kersverse reputatie ruimschoots waar
met een vijfde plaats achter de coryfeeën Roel Boomstra en de drie
Alexanders (Georgiev, Schwarzman en Baljakin). Toch
heeft de Afrikaan een achilleshiel: zijn gebrek aan theoretische kennis.
Dat was eigenlijk al duidelijk in zijn WK-partij tegen Roel Boomstra, toen
hij een halfopen klassieke variant op het bord bracht zonder precies te
begrijpen waar dit moeilijke speltype eigenlijk om draait. Ook blijkt Atse alle ins en outs van de Kellervariant nog niet te kennen. Maar kennelijk was hij zo overtuigd van zijn natuurtalent, dat hij dacht deze zonder theoretische onderbouwing op het bord te kunnen brengen tegen een ex-wereldkampioen. Het zou hem duur komen te staan.
Wit:
G. Valneris – Zwart: J. Atse 1.
33-29, 17-22;
2. 39-33, 12-17; 3. 44-39,
7-12; 4. 50-44, 1-7;
5. 31-26, 16-21; 6. 32-28,
19-23; 7. 28x19, 14x23;
8. 35-30, 10-14; 9. 30-24,
21-27; Atse haalt een
oudere zet van stal, waar overigens niets mis mee is. 10. 37-31, 23-28; 11. 42-37, 5-10; 12. 40-35, 11-16(?); Nog niet de beslissende fout, maar hier wordt (28-32) 37x28 (18-23) 28x19 (14x23) 29x18 (20x40) 45x34 (12x23) aanbevolen met bevredigend spel. 13. 44-40,… Zie diagram.
13…,
6-11??; Maar deze zet kan niet door de beugel. Hier kan (20-25) nog wel. Wit gaat dan verder met 24-20 of wellicht 35-30. Misschien moest Valneris graven in zijn geheugen hoe het ook alweer zat, maar hij speelde de stelling achter elkaar naar de winst. 14. 35-30!, 20-25 (gedw.); 15. 47-42!, 16-21 (opnieuw duidelijk de enige); 16. 37-32!, 28x37; 17. 41x32, 18-23(?); Op (14-20) volgt een fraaie en eensluidende winstvariant: 49-44 - dreigt 33-28 en 31x22 – (18-23) 29x18 (12x23) en nu 24-19!! (13x35) 34-30!! et cetera met winst. In plaats van (14-20) kan misschien (14-19) nog net, al lijken na 49-44 ingewikkelde varianten in zwarts nadeel te werken. 18. 29x18, 12x23; 19. 40-35, 14-19; Op (14-20) volgt 34-29 (23x34) 33-28 (22x44) 30x50 (20x29) 31x22 (17x37) 26x6. 20.
34-29, 25x34; 21. 29x18, 19x30;
22. 35x24, 10-14; 23. 39x30,…
en de Afrikaan kon de puinhoop niet meer aanzien. 2-0.
|